Natuurpunt Beringen Valei van de Zwartebeek Natuurpunt Lummen Natuurpunt Regio Zelem Natuurpunt Natuurpunt Beringen Home

 

 

 

Slijmige spijkerzwam

Slijmige spijkerzwam

Zeer zeldzame paddenstoelen gevonden, waaronder de slijmige spijkerzwam, in een sparrenbos in Resterheide

 

In een sparrenbosje in resterheide werden door de de regionale plantenwerkgroep de "Slobkousjes" vorig jaar enkele zeldzame paddenstoelen gevonden. Het enthousiasme van Nicole resulteerde in een plaatsbezoek met de boswachter van Hechtel-Eksel Eddy Ulenaers, Theo Geuens van Natuurpunt Hechtel-Eksel, Richard Pawlowski van Mycolim en enkele leden van de Slobkousjes. Het kleine sparrenbosje blijkt meteen de waarschijnlijk enige bekende vindplaats van deze zeldzame paddenstoel in Limburg te zijn. Hoe die er terecht zijn gekomen is een boeiende vraag.

De slijmige spijkerzwam, of met zijn wetenschappelijke naam de Gomphidius glutinosus, groeit typisch onder fijnsparren. Meestal staat hij aan de rand van het bos, langs bospaden of onder een losse rij fijnsparren in grasland of wegberm. De standplaats is een niet te droge tot vrij vochtige voedselarme zwakzure zandgrond.

Het bewuste perceeltje wordt sinds 2010 door Natuurpunt gehuurd, en dat n.a.v. het Europese Life-project Dommerdal (inrichting Schuylenswijer). Het maakt dus sindsdien integraal deel uit van het natuurreservaat 'Dommeldal' van onze vereniging. Alhoewel het bosje niet thuishoort binnen het biotoop en het aanvankelijk de bedoeling was het te kappen geeft deze ontdekking nu wel mogelijkheden om hier in de toekomst een paddenstoelvriendelijk beheer te voeren. Tot nu werd er regelmatig aan de rand gekapt waarbij het overtollige takhout gewoon ter plaatse werd gelaten. Met medewerking van het gemeentebestuur van Hechtel Eksel, die De Winning inschakelde, wordt nu het takhout verwijderd en wordt een lichte dunning van het bosje gepland waarbij ook dieper in het bosje enkele lichtplekken zullen gecreëerd worden.

De regionale plantenwerkgroep zal de verdere opvolging en inventarisatie voor zijn rekening nemen.

 

lijn

Prachtvlamhoed

Prachtvlamhoed

Prachtvlamhoed

 

De Prachtvlamhoed is een pracht van een zwam. Het lichaam van deze zwam, zwamvlok genoemd, leeft in de grond. Hetgeen je hier ziet, de paddenstoelen, zijn niets meer dan vruchtlichamen. De zwam gebruikt ze om zich voort te planten. Je zou de paddenstoelen dus ook kunnen vergelijken met appels en de zwamvlok met de appelboom. Zo’n zwamvlok is een netwerk van dunne, holle slierten. Deze slierten noemen we zwamdraden.

 

lijn

Gewoon-elfenbankje

Gewoon-elfenbankje

Gewoon elfenbankje

 

Pas als je gelooft in kabouters en elfen zal je ze ook echt zien zitten op dit Elfenbankje. Zwammen zijn levende wezens en moeten dus ook ademen en eten.
De zwamdraden van dit Gewoon elfenbankje zitten verweven in het rottende hout van deze boomstronk en geven bepaalde chemicaliëen af die het hout verteren. Via de celwanden van de zwamdraden nemen zwammen zuurstof en suikers van het afgebroken materiaal op. Vele zwammen zijn dus opruimers die dood organisch materiaal – bladeren, dode bomen, boomstronken … - afbreken tot kleine deeltjes waarmee planten zich weer kunnen voeden.

 

 

 

 

 

 

 

lijn

Stobbezwammetje

Stobbezwammetje

Stobbezwammetje

 

Stobbezwammetjes vind je nooit alleen. Ze groeien in omvangrijke bundels op dode stammen en stronken van loofbomen. Hier groeien ze op ondergrondse, afgestorven boomwortels. Ook Stobbezwammetjes zijn dus opruimers of met een moeilijk woord : saprofyten. Saprofyte zwammen kun je gerust de vuilnismannen van de natuur noemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

lijn

Vliegenzwam

Vliegenzwam

Vliegenzwam

 

De Vliegenzwam is ongetwijfeld de meest bekende paddenstoel. De zwamwortel van de Vliegenzwam zit verweven tussen de worteluiteinden van dennen of berken. Deze soort zwammen noemt men begeleiders of symbionten. Ze hebben dus met hun gastboom een samenwerkingsverbond afgesloten. Ze leveren hem extra water en mineralen en beschermen hem tegen allerhande parasieten. In ruil krijgen ze suikers van hun gastheer. Deze suikers zijn een onmisbare energiebron bij het groeien en bij de voortplanting. In tegenstelling tot planten bezitten zwammen geen bladgroen en kunnen ze dus de levensnoodzakelijke suikers niet zelf aanmaken.
Je kan hier dus echt wel spreken van een win-win situatie.

 

 

 

 

 

 

lijn

Oranje bekenboleet

Oranje berkenboleet

Oranje berkenboleet

 

Ook de Oranje berkenboleet is een begeleider of symbiont. Je zal hem enkel aantreffen in de nabijheid van een berkenboom. Andere begeleidende zwammen zijn niet zo kieskeurig en kunnen samenleven met verschillende soorten naald- en/of  loofbomen. Maar ze weven allemaal een soort van kousje rond het worteluiteinde van hun gastboom. In plaats van de gebruikelijke fijne haarworteltjes zie je dan een verdikt worteluiteinde. We noemen dit de zwamwortel. Hier worden dus de voedingsstoffen uitgewisseld tussen boom en zwam. Dit gebeurt vooral in de herfst wanneer de energie van de boom verhuist van de bladeren naar de wortels.

 

 

 

 

 

 

 

lijn

Honingzwam

Honingzwam

Honingzwam

 

Zwammen zoals deze Honingzwam zijn niet zo geliefd. Het is dan ook een parasitaire zwam die levende bomen aantast. Een boom waar Honingzwammen op groeien is ten dode opgeschreven. Vooral verzwakte en zieke bomen worden aangetast. In een natuurlijk bos zijn parasitaire zwammen niet echt schadelijk. Ze dragen bij tot de verjonging van het bos.

 

lijn

Echte tonderzwam

Echte Tonderzwam

Echte Tonderzwam

 

Ook de Echte tonderzwam is een parasiet. Je vindt hem vooral op beuk en berk, een enkele keer op een eikenboom. Maar parasitaire zwammen vindt je niet alleen op bomen. Denk maar eens aan de vele schimmel- en meeldauwsoorten die allerlei andere planten aantasten. Schimmels en meeldauw behoren immers ook tot de grote familie van de zwammen. Een buitenbeentje is de rupsendoder, een zwamsoort die exclusief poppen van vlinders aantast.

 

lijn

Gewone heksenboleet

Gewone heksenboleet

Gewone heksenboleet

 

De Gewone heksenboleet vormt stevige paddenstoelen die snel inktblauw verkleuren als je ze middendoor snijdt. De Gewone heksenboleet behoort tot de buisjeszwammen. Je hebt ook plaatjeszwammen, gaatjeszwammen en zelfs buikzwammen. Zwammen worden dus ook ingedeeld op de wijze waarop ze hun sporen produceren, in buisjes, gaatjes, plaatjes of zefs in de buik van de paddenstoel. Sporen zijn eigenlijk de zaadjes van de zwam. Maar er zijn enkele grote verschillen. Een zaadje van een plant of boom bevat wat revervevoedsel en kan zelfstandig kiemen. Een spore van een zwam heeft geen reservevoedsel aan boord en kan nooit alleen kiemen. Er zijn minstens twee en dikwijls zelfs meerdere sporentypes nodig om een nieuwe zwamvlok te vormen. Hoeveel is afhankelijk van het soort zwam.

 

lijn

Eekhoorntjesbrood

Eekhoorntjesbrood

Eekhoorntjesbrood

 

Van alle keukenpaddenstoelen is het Eekhoorntjesbrood waarschijnlijk het meest gegeerd. Ook het Eekhoorntjesbrood behoort tot de boleten en dus tot de buisjeszwammen. Zwammen gebruiken de buisjes, plaatjes of gaatjes van hun paddenstoelen om zoveel mogelijk sporen op een klein oppervlak te kunnen produceren. Zwammen moeten wel een enorm aantal sporen produceren. De kans dat een spore in een levensvatbare omgeving terechtkomt en samen met een ander sporetype (of meerdere sporentypes) kan uitgroeien tot een nieuwe zwamvlok is uiterst klein.

Dit Eekhoorntjesbrood zal dus, eenmaal volgroeid, miljarden sporen verspreiden. Maar of één van die sporen ooit zal meehelpen om een nieuwe paddenstoel te laten groeien is lang niet zeker. De mogelijkheid dat jij ooit de jackpot van Euro Millions wint is immers veel groter.

 

 

 

lijn

Heideblauwtjes

Heideblauwtjes

Heideblauwtje

 

Heideblauwtjes zijn kleine dagvlindertjes die leven in zowel droge als natte heidevelden. Vaak vind je ze net in de overgangen van droge naar natte heide.
De bovenkant van de vleugels van het mannetje is helderblauw met een wit randje.
De bovenkant van de vleugels van het vrouwtje is echter donkerbruin met een lichtbruin randje en langs de achterkant enkele oranje vlekjes.
Ze vliegen meestal in één generatie per jaar van eind juni tot eind augustus. Dat betekent dat de levenscyclus ei-rups-pop-vlinder maar één keer per jaar doorlopen wordt. Slechts in uitzonderlijk warme zomers kan er toch een tweede generatie in de nazomer vliegen.


De vrouwtjes Heideblauwtjes zetten hun eitjes afzonderlijk af op of in de buurt van Gewone dophei, Struikhei of Stekelbrem. De heideplekjes waar ze hun eitjes afzetten zijn doorgaans zeer open met hier en daar kale bodem wat zorgt voor een warmer microklimaat.


De rupsen overwinteren volledig ontwikkeld in de eischaal. Na het uitkomen in de prille lente gaan de rupsjes op zoek naar hun waardplanten, dus vooral heide.
De rupsen scheiden ook een zoete stof af die gesmaakt wordt door bepaalde wegmieren. Deze mieren zullen de rupsen, poppen en zelfs de pas uitgeslopen vlindertjes beschermen tegen mogelijke predatoren. Soms nemen de mieren een rups mee in het nest waar ze dan kan verpoppen.


Het Heideblauwtje is een weinig mobiele soort die zich amper enkele honderden meters verplaatst van haar geboorteplek en dus moeilijk nieuwe vlieggebiedjes kan bereiken. Wil je meer weten over (dag)vlinders : www.vlindernet.nl
Heideblauwtjes werden dit jaar gezien zowel bij Schuilenswijer als aan de Heerengracht.

 

lijn

Koninginnepage Koninginnepage

Koninginnepage

Koninginnenpage

 

De Koninginnenpage is onze grootste dagvlinder met een overwegend geelzwarte print. Opvallend zijn de staartjes aan de achtervleugels en de rode stip in de binnenrandhoek.


Je zult ze vooral ontmoeten in kruidenrijke graslanden maar ook in moestuintjes.
De waardplanten, dus de planten waar de wijfjes hun eitjes op afzetten, zijn schermbloemigen zoals Wilde peen, Engelwortel. In moestuintjes zetten vrouwtjes  Koninginnnenpage hun eitjes graag af op venkel en wortel of pastinaak. Laat de mooie rupsen gerust zitten. Ze eten enkel een beetje van het wortel- of venkelloof en tasten de knol of wortel niet aan. En gebruik zeker geen pesticiden of laat een rijtje wortelloof onbespoten.


Koninginnenpages vliegen in twee generaties per jaar - eind april tot half juni en van begin juli tot half september.


Ze worden vaak bij heuveltoppen gezien waar vrouwtjes en mannetjes elkaar ontmoeten; dit gedrag noemt men hilltopping. Koninginnenpages komen nooit in grote aantallen én zeer verspreid voor. En dan is het raadzaam om een herkenbare ontmoetingqsplaats af te spreken. De mijnterril van Heusden-Zolder is een uitgelezen plek om Koninginnenpages te zien rondfladderen.


Meer weten over (dag!)vlinders : www.vlindernet.nl


Deze Koninginnenpage werd gefotografeerd bij Schuilenswijer.

 

lijn

Zwarte Heidelibel mannetje Zwarte Heidelibel

Zwarte Heidelibel mannetje

 

 

Zwarte Heidelibel vrouwtje Zwarte Heidelibel

Zwarte Heidelibel vrouwtje

Zwarte heidelibel

 

De Zwarte heidelibel is de kleinste echte libel in Vlaanderen. In de orde van de libellen zijn zowel de juffers als de echte libellen ondergebracht. Toch zijn er enkele kenmerkende verschillen. De voor- en achtervleugels van juffers hebben dezelfde vorm. Hun ogen staan aan de zijkant van hun kop en raken elkaar niet. In rust houden ze hun vleugels meestal langs of boven hun achterlijf samengeklapt. Ze lijken ranker en sierlijker dan de echte libellen.


De voorvleugels van echte libellen zijn aan de basis breder dan de achtervleugels. Hun grote ogen raken elkaar boven op de kop en ze spreiden hun vleugels in rust meestal zijwaarts uit.


De Zwarte heidelibel is een algemene soort die vooral bij zure vennen massaal kan voorkomen.


Je kan ze goed herkennen aan de zwarte band op de zijkant van het borststuk waarin drie kleine gele vlekjes staan. Hun poten zijn zwart. De hoeveelheid zwart op de rest van het lichaam is afhankelijk van geslacht en leeftijd. Uitgekleurde mannetjes hebben vaak een zwart achterlijf met enkele gele vlekjes. Vrouwtjes blijven kleurrijker dan mannetjes.


De Zwarte heidelibel overwintert als ei. De larven komen uit het ei in het voorjaar en ontwikkelen zich zeer snel. De grootste aantallen imago’s van Zwarte heidelibellen sluipen uit in juli en augustus. Wil je meer weten over libellen en juffers, raadpleeg deze boeiende website maar eens : www.libellennet.nl


Deze Zwarte heidelibellen werden eind juli gefotografeerd bij Schuilenswijer.

 

lijn

Roodharige wespbij Roodharige wespbij

Roodharige wespbij

Roodharige wespbij - Nomada lathburiana

 

De Roodharige wespbij is een bij die sterk op een wesp gelijkt.

 

Ze verzamelen zelf geen stuifmeel, maar zoeken nesten van zandbijen op, bij voorkeur Grijze zandbijen.


Ze leggen meestal 2 eitjes per broedcel ( zie info Grijze zandbij). De eitjes komen na een week uit. De eerst uitgekomen larve gaat op zoek naar het tweede eitje en vernietigt het. Vervolgens gaat de larve naar het eitje van de gastvrouw en voedt zich ermee. Pas daarna eet de larve de opgeslagen voorraad stuifmeel op. De ontwikkeling van eitje tot volwassen wespbij duurt een paar weken. De Roodharige wespbij overwintert als volwassen bij. Omdat ze hun eitjes in de nesten van andere bijen leggen worden dit soort bijen ook wel koekoeksbijen genoemd.


Deze foto werd genomen Achter ‘t Klein Zwart Water - Brongebied Zwarte Beek.

 

lijn

Grote bloedbij Grote bloedbij

Grote bloedbij

Grote bloedbij

 

Ook de Grote bloedbij is een koekoeksbij die parasiteert op de Grote zijdebij.

 

Het is een zeldzame soort die leeft in duinen, riviergebieden en zandgronden.
Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan het volledig bloedrood gekleurde achterlijf.


Het vrouwtje van de Grote bloedbij dringt het nest van de Grote zijdebij binnen en eet het eitje of de larve van de gastvrouw op. Dan legt ze in de nestcel haar eigen eitje vlakbij de stuifmeelvoorraad.


Foto genomen Achter ‘t Klein Zwart Water - Brongebied Zwarte Beek.

 

lijn

Grijze zandbij Grijze zandbij

Grijze zandbij - wijfje

 

Grijze zandbij Grijze zandbij

Grijze zandbij - wijfje

Grijze zandbij

 

De Grijze zandbij is goed te herkennen aan het grijswit, dichtbehaard borststuk.

 

Het zijn superspecialisten die alleen stuifmeel verzamelen van wilgen. Wilgen bloeien zeer vroeg en daarom kan de Grijze zandbij al vanaf begin maart actief zijn. Hun voedsel-bomen staan gemiddeld zo’n 250 m van hun nestplaatsen.


Grijze zandbijen leven in pioniervegetaties. Hier graven ze hun nesten uit in het zand. De nestingang loopt zo’n 25 à 50 cm loodrecht omlaag en vertakt zich dan in meerdere zijgangen. Op het einde van deze zijgangen bevinden zich verbrede broedcellen. In deze broedcellen worden eitjes gelegd die bevoorraad worden met wilgenstuifmeel. De grijze zandbij vervoert dit stuifmeel aan haar achterpoten. De larven zijn volgroeid aan het einde van het voorjaar. Ze verpoppen in de zomer en overwinteren als volwassen zandbij in hun cocon. Ze verlaten hun veilige cocon pas het volgend voorjaar.


Vaak nestelen zandbijen met vele honderden bij elkaar en deze nestplaatsen kunnen jarenlang gebruikt worden. Net als de meeste wilde bijen kan de Grijze zandbij niet steken.


Grijze zandbijen worden belaagd door enkele nestparasieten zoals de Roodharige wespbij en de Gewone wolzwever.


Deze foto werd genomen bij de Heerengracht - Brongebied Zwarte Beek.

 

lijn

Grote wolzwever Grote wolzwever

Grote wolzwever

Gewone wolzwever

 

De Gewone wolzwever lijkt sterk op een hommel maar behoort toch tot de orde van de tweevleugelige insecten. Ook alle vliegen en muggen behoren tot deze insectenorde.


Hun achtervleugels van tweevleugelige insecten zijn gereduceerd tot een soort halters waarmee ze hun evenwicht perfect kunnen bewaren. (hommels hebben twee paar vleugels).


De Gewone wolzwever heeft een lange zuigsnuit die hij gebruikt om nectar van bloemen te zuigen.


Merkwaardig is dat het vrouwtje Gewone wolzwever haar eitjes afzet aan de rand van nesten  van zandbijen. Uit zo’n eitje komt een larve die in het nest van de zandbij kruipt. De larve vervelt daar tot een made die eerst de stuifmeelvoorraad consumeert en daarna de zandbijenlarve opeet.


Foto is gemaakt bij de Heerengracht - Brongebied Zwarte Beek.

 

lijn

Eikenwespvlinder - vrouwtje Eikenwespvlinder

Eikenwespvlinder - wijfje

 

Eikenwespvlinder - vrouwtje Eikenwespvlinder

Eikenwespvlinder - wijfje

Eikenwespvlinder gefotografeerd op Resterheide

 

Het nachtvlindertje dat je hier ziet is het vrouwtje Eikenwespvlinder – ongeveer 12 mm groot.

Eikenwespvlinders behoren tot de familie van de wespvlinders en ze bootsen, zoals hun naam al laat vermoeden, wespen na.

Dit gedrag noemt men mimicry en in het geval van wespvlinders dient het om je belagers te doen geloven dat je gevaarlijk bent, terwijl dat helemaal niet zo is.

 

Deze mooie eikenwespvlinder zet haar eitjes af op beschadigingen op de stam van loofbomen, vooral eiken. Soms ook op pas afgezaagde stronken.

 

Mannetjes en vrouwtjes zijn gemakkelijk te onderscheiden : vrouwtjes hebben een overwegend geel staartpluimpje, bij de mannetjes is dat overwegend zwart.

 

Dit vrouwtje eikenwespvlinder werd begin juli 2011 gefotografeerd op de kapvlakte bij de Heerengracht te Resterheide Hechtel.

 

lijn

Meriansborstel-rups Rupsen

Mooi - mooier - mooist

 

Vele rupsen van dag- en nachtvlinders leiden een onopvallend bestaan door hun uitstekende camouflage. Maar de kleurige rups van de Meriansborstel mag best gezien worden.

 

De vele lange haren, borstels en rode staartpluim op zijn rug vertellen zijn belagers dat deze rups een niet zo smakelijk hapje is.

 

Als volwassen nachtvlinder ziet de Meriansborstel er helemaal niet zo kleurrijk uit. Meriansborstels vind je vooral op zandgronden en in duinen.

 

Deze rups werd eind september 2011 waargenomen op de Resterheide, nabij het brongebied van de Zwarte Beek.

 

lijn

Waarnemingen